GEHRELS TOONT MEER MOED DAN KAMERLEDEN CULTUUR
Het Paradiso Debat over kunst en cultuur ging afgelopen zondag over de verhouding politiek en kunst en cultuur. Aanleiding waren (in elk geval ook) de plannen van Carolien Gehrels, wethouder cultuur van Amsterdam. Die bepleit nauwe betrokkenheid van de politiek bij het kunst- en cultuurbeleid en wil tegelijkertijd de adviesstructuur veranderen. Wat het laatste betreft wil zij ‘kunstschouwen’ instellen, een soort intendanten. Enige verwarring is er als het gaat om de relatie kunstschouwen en de politiek, in het bijzonder eventuele politieke opdrachten aan hen. Het werd dan ook een levendig debat, bekwaam ingeleid door George Lawson, Carolien Gehrels en Els Swaab. En uitmuntend geleid door Lennart Booij.
Met vijf kamerleden die het discussiepanel vormden en een betrokken zaal.
De volgende zaken vielen mij in het bijzonder op:
1 Kamerleden cultuur verschuilen zich achter nieuwe cultuurbeleidsystematiek
De trend van de laatste jaren is dat de politiek afstand neemt van kunst en cultuur. De nieuwe structuur voor het kunst- en cultuurbeleid is daar een voorbeeld van. Net als op andere gebieden, zoals b.v. die van de nutsvoorzieningen, worden verantwoordelijkheden gedelegeerd of zelfs ‘vermarkt’. De Europese en ook de Nederlandse traditie is dat cultuur en kunst essentiĆ«le aspecten van de samenleving zijn en dat de overheid daar een verantwoordelijkheid voor heeft. In de zin van dat de overheid kunst en cultuur faciliteert. Politieke betrokkenheid bij het culturele leven in al zijn aspecten –amateurkunst, professionele productie, educatie en deelname- is noodzakelijk. De nieuwe structuur voor het kunst- en cultuurbeleid schept juist afstand. Als belangrijke reden daarvoor wordt de lobbydruk genoemd. Verder werd een groter onderscheid tussen kleine en grote kunstbedrijven bepleit: de Nederlandse Opera hoeft toch niet elk jaar zijn bestaansrecht te bewijzen. De lobbydruk was niet het voornaamste probleem, het voornaamste probleem was en is dat de kamerleden niet durfden en durven te kiezen. En wat de verschillende behandeling van grote en kleine kunstbedrijven betreft: dat is geen inhoudelijk onderscheidingscriterium. Het moet gaan over het culturele belang van iets, of het nu groot of klein is. Het in de inhoudelijke beoordeling uit elkaar trekken van b.v. de reguliere orkesten en de ensembles oude en nieuwe muziek, is de klok vijfentwintig jaar terug draaien. Met het creĆ«ren van grotere fondsen wordt de sector ook aanzienlijk kwetsbaarder. De kamerleden gaan er niet meer over, maar behouden (uiteraard) wel het budgetrecht. Wanneer er gekort moet worden kan dat bij de fondsen zonder dat de politiek daarmee een individueel belang treft.
Kortom; de politiek op afstand, moeilijke keuzes uit de weg gaan, gemakkelijker bezuinigen (iets wat de komende jaren actueel wordt).
2 Carolien Gehrels steekt daarentegen haar nek uit
Mevrouw Gehrels levert een belangrijke bijdrage aan het denken –en straks waarschijnlijk ook het handelen- waar het gaat over de betrokkenheid van de politiek bij kunst en cultuur. Daarbij is een belangrijk aspect het inhoudelijk oordeel over kunst en wie daartoe het meest geschikt zijn. Dat de grootte van beoordelingscommissies omgekeerd evenredig is aan de kwaliteit van hun uitspraken, is op zich geen nieuw gegeven. De uiterste consequentie is het die oordelen te laten vellen door enkele personen, intendanten, kunstschouwers of rijks- of gemeentelijke kunstmeesters. Dat de politiek zich met de kunst bemoeit is noodzakelijk, maar wel op kunst- en cultuurpolitiek niveau. Het inhoudelijk oordeel moet (nu eenmaal onvermijdelijk) geveld worden door kenners. Die zijn het best te organiseren in kleine verbanden: commissie van drie. Dat maakt het oordeel niet alleen scherper, kwalitatiever en transparanter, het wordt dan ook weer aantrekkelijk voor de besten om er aan mee te doen. Een combinatie van kleine commissies en intendanten kan heel goed worden vormgegeven in een verbouwde Amsterdamse Kunstraad. Niet wegduiken voor soms moeilijke keuzes zoals op landelijk niveau is gebeurd.
Stevijn van Heusden
Oud-directeur Kunsten WVC, OCW en o.m.
oud-voorzitter Kunsten ‘ 92
.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten