donderdag 19 november 2009

Berichten uit de verte (5)



SAMEN VOOR ONS EIGEN

Symmetrisch offensief
Er is veel aandacht voor de problemen die sommige immigranten met zich meebrengen en in het bijzonder voor de groep met een islamitische achtergrond. Gezien de aard van die problemen is dat niet verwonderlijk en ook nodig. Zeker wanneer het gaat om die nieuwe Nederlanders die onze wetten en dus onze normen (dat is iets anders dan waarden) niet accepteren. Maar die groep is niet de enige die zich hufterig en vaak ook crimineel gedraagt. Feitelijk hebben we te maken met twee minderheidsgroepen die zowel tegenpolen van elkaar zijn als spiegelbeelden. Het gaat om boze blanke mensen (vooral mannen) uit de lagere middenklasse en boze mensen (vooral mannen) uit de gekleurde onderklasse. Zij laten zich door niemand iets zeggen of verbieden. Ze zijn permanent verongelijkt en voelen zich voortdurend tekort gedaan. Ze vertrouwen niemand buiten de eigen groep en kijken neer op alles wat vreemd of anders is. En dat uit zich in intimidatie van en geweld tegen politiemensen, ambulancepersoneel, brandweerlieden, leraren, buschauffeurs, verkeersregelaars of wie dan ook die niet bevalt.
Daar moet iets mee. Maar wanneer daartegen een offensief wordt ingezet moet dat wel symmetrisch gebeuren. Dus niet aan de ene kant harde inburgering eisen en aan de andere kant voornamelijk begrip opbrengen voor onze eigen witte maatschappelijk teleurgestelden. Beide groepen bedreigen met hun intimidaties en hun autoritair optreden de leefbaarheid van onze pluriforme samenleving. Alleen een gezamenlijke aanpak zal helpen.

Waar komt het vandaan
Er zijn meerdere verklaringen voor de huidige verloedering van onze samenleving. Eén verklaring is dat de in de jaren zestig bevochten vrijheden uit de hand zijn gelopen. Het streven naar grotere vrijheid, gelijkheid, democratie en welvaart heeft als onbedoeld bijproduct burgers opgeleverd die recht menen te hebben op àlles. Een groep die geen gevoel voor solidariteit heeft anders dan in eigen kring. Mensen die voornamelijk anderen de schuld geven van eigen falen en onvrede. Die anderen zijn dan, traditiegetrouw, groepen die lager op de maatschappelijke ladder staan en, het andere uiterste, de elite. Ze wantrouwen de overheid ten diepste, en tegelijkertijd overladen ze diezelfde overheid met eisen. En tweede verklaring is die van de teloorgang van de zuilen. Met het wegvallen van die vertrouwde maatschappelijke structuur zijn de mensen hun houvast kwijt. God noch Drees bieden nog garanties voor de toekomst. De derde verklaring betreft de effecten van de neoliberale ‘vermarkting’ van de nutsvoorzieningen. Het terugtrekken van de verantwoordelijke overheid wordt gezien als een belangrijke reden voor mensen om af te haken en geen gezag meer te erkennen. Men heeft het gevoel en soms ook de zekerheid dat de gezondheidszorg en het onderwijs sindsdien alleen maar slechter zijn geworden, het openbaar vervoer en het gas- en licht alleen maar duurder, de huizen onbetaalbaar en de banken onbetrouwbaar. En dat terwijl de nieuwe bazen van de geprivatiseerde nutsvoorzieningen en van de banken ondertussen onvoorstelbaar steenrijk zijn geworden. Tegelijkertijd wordt de gewone, hardwerkende Nederlander geconfronteerd met een aanzienlijke groep immigranten en andere vreemdelingen die, is het algemeen gevoelen, hun werk inpikken, overal voordringen en voorrang krijgen en die alleen maar profiteren. En de nergens meer voor verantwoordelijke en bange overheid beschermt hen daartegen niet.

Modern populisme
Populisme is van alle tijden. Altijd zijn er groepen geweest die in de knel kwamen en na lang veronachtzaamd te zijn het heft dan maar in eigen hand namen. Goethe, tijdgenoot van de Franse revolutie, steunde de roep om soevereiniteit van het volk en vond de absolute macht van de vorsten niet van God gegeven, maar signaleerde tegelijkertijd dat ‘het volk in opstand’ vrijwel altijd in verkeerde handen viel. En toen moesten Stalin en Hitler nog komen. Maar het moderne, naoorlogse, Europese populisme is niet hetzelfde als eerdere bewegingen op dat gebied. Het moderne populisme verbindt klassieke noties van volksheerschappij en nationale soevereiniteit aan individuele vrijheidsgedachten en aan het neoliberale marktdenken. Liberalisme en populisme gaan zo samen en het liberale individualisme kan dan populistische vormen aannemen en zich zelfs verbinden met xenofobie en nationalisme. Populistische partijen hanteren dan ook gretig de liberale vrijheidsretoriek. De partij van Jörg Haider heette Freiheitliche Partei Österreichs, de eerste coalitie van Berlusconi droeg de naam Huis van de Vrijheden en de huidige Het Volk van de Vrijheid. En Wilders’ beweging heet ook niet voor niets Partij voor de Vrijheid.
Populisten gaan er van uit dat het volk als eenheid bestaat. Eenheid qua cultuur, geschiedenis en etniciteit. Maar ‘het volk’ bestaat niet. Een samenleving bestaat per definitie uit minderheden. En in een democratie voert de gekozen elite strijdt over de compromissen tussen die minderheden. Zij doen dat om de onderlinge verschillen draaglijk te houden en de samenleving vreedzaam. Daar botsen populisten en democraten. De populist stelt de etnos (de eigen, etnische, groep) voorop en niet de demos (de democratie). Het volk moet een zuivere eenheid vormen en dus is er geen afzonderlijke plaats voor minderheden. Omdat een democratische samenleving per definitie is gebaseerd op ‘samen verschillend zijn’, maakt dat dit streven van de populisten anti-democratisch is. Dat men democratisch gekozen is, doet daar niets aan af.

De elite
Nederland is de laatste decennia nogal omzichtig omgegaan met immigratie en immigranten. Ideële en ook wel enigszins naïeve overwegingen speelden daarbij ongetwijfeld een rol. De positieve kanten van de immigratiesamenleving werden vooral benadrukt en de negatieve vergoelijkt. Maar dat is ingrijpend veranderd. De problemen van dit land worden inmiddels voornamelijk geweten aan de elite en dan vooral die van de linkse kerk met hun verwerpelijke geloof in de multiculturele samenleving. Dat geloof is dan ook ingeruild voor de noodzaak te weten wat of wie wij zijn en wat Nederland Nederland maakt (geschiedenis canons, het Nationaal Historisch Museum). Nederland als save haven in een overigens boze wereld. Dat is niet alleen naïef maar ook nogal gevaarlijk. Je kunt Nederland niet isoleren van de rest van de wereld. Bovendien is het hier en daar ook aan de hysterische kant: het gedoe rond Sinterklaas, zowel veroorzaakt door Verdonk als door het CDA die het kruis terug wil op de mijter van de Sint, is daar een mooi voorbeeld van. Te denken dat dit helpt om onze ontregelde samenleving weer op de goede weg te krijgen is een ernstig misverstand. Er zal echt iets fundamenteels moeten gebeuren. En wat vindt de elite –de politieke, die van de media- hiervan? Stelt zij er iets tegenover? Nee, niets. De elite is onzeker en laf geworden en heeft niet meer de moed om welk ideaal dan ook, laat staan een beschavingsideaal, te formuleren en uit te dragen. Sterker nog: de politieke elite en de media hebben zich op sleeptouw laten nemen door de populisten en het populistisch discours. Omdat het daarop geen antwoorden heeft.

Is de pvv fascistisch en vergelijkbaar met de nsb?
Sommigen, ook media, doen er nogal luchtig over: de PVV is niet meer dan clownerie, het gaat vanzelf wel over en vergelijkingen met nazi’s, fascisten of de NSB &cetera zijn over de top. Een vergelijking tussen de PVV en de NSB is op zijn minst ‘sociaal onhandig’. Maar ook, volgens Moscowitsch in De Wereld Draait Door, ‘een belediging van twee miljoen mensen’. Van Nieuwkerk vroeg vervolgens niet hoe dat dan moest met de 8% van de Nederlanders die ooit (democratisch) op de NSB stemden.
Over het algemeen worden vooral de verschillen tussen nazi’s, fascisten en de PVV benadrukt. En die zijn er natuurlijk ook. De tijden en de middelen zijn anders en ook de PVV heeft de wijsheid van nu als het over het verleden gaat. De PVV houdt er dan ook geen stormtroepen op na, zoals de SA van de NSDAP. (Overigens hadden in die tijd ook de SPD en de KPD dergelijke knokploegen.) Maar er is wel een modern alternatief: het internet. Wanneer Herman van Veen op de televisie een vergelijking maakt tussen de PVV en de NSB, wordt hij digitaal beschimpt en bedreigd op een manier die zich niet wezenlijk onderscheidt van hoe dat eerder ging. En dat terwijl hij een volstrekt redelijke en historisch interessante vraag opwierp. Het zou de media sieren wanneer zij eens serieus werk maakten van het verschijnsel PVV, de oorzaken en de historische context. Dat doen ze niet. Net als de politiek waaien ze mee met de populistische retoriek. Daar schuilt het gevaar. De ideeën en de retoriek van de PVV zijn niet waardevrij. Taal is niet waardevrij. Niet zozeer het feitelijk handelen van Wilders, maar wat hij denkt en zegt (en hij zegt wat hij denkt) is bedreigend voor de democratie.

Tenslotte
Paul Frissen stelde laatst in een interview in de Volkskrant dat alle pogingen om burgers in een keurslijf te dwingen de vrijheid aantasten en daarmee de democratie. Niet alleen de PVV met haar eis tot assimilatie vormt zo’n bedreiging, het geldt ook voor de interveniërende staat, die weliswaar voor de nutsvoorzieningen niet meer verantwoordelijk is,  maar die steeds verdergaand wil bepalen wat we wel en niet mogen doen: of we mogen roken, wat we eten, hoe we onze kinderen opvoeden, die ons overal in de gaten houdt met camera’s en die onze etnische achtergrond en ons geloof registreert. Maar die de werkelijke problemen van onze samenleving niet oplost.
Wat we nodig hebben volgens Frissen is een elite met als kenmerken: bescheidenheid, terughoudendheid, zelfbeperking, voortreffelijkheid, deugdzaamheid, tolerantie, elegantie, hoffelijkheid, verdraagzaamheid, prudentia. En voegt hij er aan toe: ‘Hoffelijkheid in het debat is nodig omdat iedereen gelijk kan hebben. Die regel gaat vooraf aan het eigen gelijk.’ De van de tijdgeest doortrokken interviewer vraagt zich vervolgens af of zulke mensen wel bestaan. Ja, die bestaan maar ze zullen in het huidige klimaat wel uitkijken om hun nek uit te steken. Ik ben bang dat onze verwaarloosde en angstige samenleving eerst verder in crisis zal moeten raken alvorens er weer een weg naar boven kan worden gevonden. Laten de democratische politieke partijen –daar reken ik alle partijen behalve de PVV en de TON onder- beginnen om op grond van inhoudelijke overwegingen elke samenwerking met populistische en anti-democratische partijen van de hand te wijzen. Tegelijkertijd moeten zij starten met het formuleren van visies en reële oplossingen voor de reële problemen van onze samenleving. Zeg maar, het inzetten van een symmetrisch offensief.

[‘Samen voor ons eigen’ was het motto van de Tegenpartij van Jacobse en Van Es, Van Kooten en De Bie, 1979-80]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten